Een nieuwe geschiedenis van Europa

Techniek en de wording van Europa

In 2008 nam de SHT het initiatief voor het schrijven van een nieuwe Europese geschiedenis onder de titel Making Europe: Technology and Transformations, 1850-2000. De resultaten zullen zichtbaar worden in een zesdelige boekenserie en een reeks via internet toegankelijke virtuele tentoonstellingen. Het Making Europe programma wordt gecoördineerd en georganiseerd door de SHT.

Centraal thema is de circulatie van goederen, personen, energie, ideeën en informatie tussen landen. Europa kreeg vanaf het midden van de negentiende eeuw namelijk niet alleen vorm via politieke verdragen, maar juist ook vanuit de dagelijkse praktijk van bedrijven, wetenschappers, consumenten, overheden en organisaties.  Zij maakten meer en meer gebruik van grensoverschrijdende netwerken en infrastructuren.

Langlopend initiatief

Making Europe is onderdeel van een in 2000 door de SHT opgestart initiatief om de rol van techniek binnen Europa zichtbaar te maken. Tot 2004 lag de nadruk op het opbouwen van een internationaal wetenschappelijk netwerk, het in kaart brengen van de stand van het Europees techniekhistorisch onderzoek en het formuleren van een onderzoeksagenda. Het in die periode opgebouwde Tensions of Europe network bestaat uit ruim 250 wetenschappers uit vrijwel alle Europese landen en de Verenigde Staten. De SHT coördineert de activiteiten van het netwerk en verzorgt de communicatie via de website en een nieuwsbrief. De leiding ligt bij Johan Schot en Ruth Oldenziel, beiden hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Op basis van de door het netwerk geformuleerde onderzoeksagenda hebben de betrokken onderzoekers verschillende nationale en internationale projectaanvragen ingediend. Dit resulteerde onder andere in een omvangrijk onderzoeksprogramma van 9 projecten waaraan tussen 2007 en 2010 circa 80 onderzoekers meewerkten. Naast de European Science Foundation stelden de onderzoeksraden van 11 Europese landen hiervoor middelen beschikbaar. Een belangrijke bijdrage was afkomstig van NWO. In juni 2010 is dit onderzoeksprogramma afgesloten met een succesvolle conferentie in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Deze conferentie werd georganiseerd door de SHT en de universiteit van Sofia.

Stimuleren onderzoek in Centraal- en Oost-Europa

Om de internationale onderzoeksagenda te realiseren is onderzoek in Centraal- en Oost-Europa nodig. De SHT startte in 2006 een promotiefonds om de ontwikkeling van het vakgebied techniekgeschiedenis in deze delen van Europa te stimuleren. Ze werkt daarbij samen met de Universiteit van Plovdiv (Bulgarije), de Charles Universiteit van Praag (Tsjechië) en de Technische Universiteit Eindhoven. Het fonds stelt studiebeurzen beschikbaar en middelen voor de opbouw van een techniekhistorische bibliotheek ter plaatse.              

In maart 2007 zijn vier jonge onderzoekers uit Bulgarije en Tsjechië gestart met hun promotieonderzoeken. Deze zullen naar verwachting in 2012 worden afgerond. De proefschriften zullen worden gepubliceerd in de Technology and European History Series. Eén promotieproject analyseert de plannen die al enkele eeuwen op de agenda staan om de Donau via een kanaal te verbinden met de Oder en de Elbe. Een tweede studie gaat over de geschiedenis van kernenergie in Bulgarije en de invloed van de Koude Oorlog. Het derde promotieonderzoek gaat over consumptie en voeding en stelt Bulgaarse yoghurt centraal. Ten slotte gaat het laatste project in op grensoverschrijdende transporten van Oost- naar West-Europa.

Het streven is de onderzoekers na promotie aan te stellen bij aan het programma deelnemende universiteiten. De SHT z mogelijkheden om het onderzoek in de regio te kunnen blijven stimuleren.

Karen Johnson Freeze Fellowship Fund

In 2009 richtten de SHT en de Society for the History of Technology (SHOT) het Karen Johnson Freeze Fellowship Fund op. Met dit fonds willen we de herinnering aan de op 19 maart 2009 overleden Karen J. Freeze levend houden, door in lijn met haar inspanningen techniekhistorisch onderzoek in Centraal- en Oost-Europa te stimuleren. Het fonds stelt jaarlijks één of meerdere beurzen van maximaal tweeduizend Euro beschikbaar als dekking van onderzoekskosten.

Karen J. Freeze legde voor de SHT de eerste contacten met techniekhistorici in Centraal en Oost Europa en bracht in kaart op welke wijze techniekhistorisch onderzoek in die regio’s gestimuleerd kon worden. De resultaten van haar werk toonden zich duidelijk tijdens de eerste Tensions of Europe Conferentie in Boedapest (Hongarije) in 2004. Zij legde ook de basis voor het door de SHT opgezette PhD fonds.

Tijdens de Tensions of Europe Conferentie in Sofia reikten Ruth Oldenziel, de voorzitter van het selectiecomité, en Kostadin Grozev, directeur van het Centre of Excellence Dialogue Europe, de eerste fellowships uit. De Griekse onderzoeker Spyros Tzokas ontving een fellowship ter ondersteuning van zijn project Greek engineers, French reinforced concrete, Ottoman infrastructures: Political fight and technical partnership at the eve of the Balkan Wars. Momir Samardžić uit Servië kreeg een fellowship voor zijn onderzoek naar de totstandkoming van het Servisch spoorwegnetwerk. The Center of Excellence Dialogue Europe stelde een extra beurs beschikbaar voor het onderzoek naar de ontwikkeling van fotografie in Bulgarije van de in de Verenigde Staten woonachtige Stefka H. Hristova.