Geschiedenis van de software in Nederland

De maatschappij is de afgelopen decennia doordesemd geraakt van software. Iedereen gebruikt het, bewust en onbewust, van treinreizigers en gamers, via tekstverwerkers, e-shoppers, autobestuurders en e-mailers, tot downloaders van muziek en reisplanners.

In samenwerking met de Stichting Post-Academisch Onderwijs IT (PAO-IT) doet de SHT sinds de zomer van 2011 onderzoek naar de geschiedenis van de software in Nederland, onder de werktitel “De geest van de computer”.

Binnen de geschiedenis van de informatica neemt de geschiedenis van de software de laatste jaren een steeds prominentere plaats in. Zoals de computer(hardware) geschiedenis een ontwikkeling heeft doorgemaakt van een geschiedenis van apparaten naar een geschiedenis van praktijken, actoren en contexten, zo is ook de softwaregeschiedenis aan een inhaalslag bezig. Softwaregeschiedenis richtte zich aanvankelijk vooral op specifieke technische ontwikkelingen en bestond grotendeels uit opgetekende ervaringen van computer- en softwarepioniers. Tegenwoordig worden nieuwe vragen gesteld vanuit een contextualistisch, transnationaal en gebruikersperspectief.

Een geschiedenis van software is een geschiedenis van (relaties tussen) producenten, kennisinstituten, consumenten, intermediaire organisaties, etc. Het onderzoek moet licht werpen op de continue wisselwerking tussen deze groepen in Nederland in grofweg de afgelopen 60 jaar.

Het onderzoek is opgezet rond vier thema’s:

 

Bij het project zijn verschillende onderzoekers met ieder hun eigen expertise en inbreng betrokken. De kern van het onderzoeksteam bestaat uit projectleider Gerard Alberts (UvA), Karel van Oudheusden (freelance historicus) en Eric Berkers (SHT). Rik Sanders, Jos Peeters en Bas van Vlijmen leveren ook een bijdrage aan het project.

Looptijd: 2011-2015