Katalyse in Nederland

Sinds de Tweede Wereldoorlog is de chemische industrie - inclusief de voedingsindustrie - een belangrijke sector van de Nederlandse economie. Bekende bedrijven uit deze industrietak zijn multinationals als Shell, DSM en Unilever. De chemische industrie heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de groei van de welvaart in de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw.

Bij het merendeel van de industriële chemische processen zijn katalysatoren betrokken. Katalysatoren zijn stoffen die chemische processen versnellen. Wetenschappelijk onderzoek is gericht op het optimaliseren van bestaande katalysatoren en het ontdekken van nieuwe katalysatoren. Het in Nederland verrichte katalyse-onderzoek vormt mede het succes van de chemische industrie. Niet voor niets staan Nederlandse katalyse-onderzoekers al decennia hoog op de internationale ranglijsten.

Shell, DSM en Unilever hadden alle drie grote centrale laboratoria waar vooraanstaand onderzoek aan katalysatoren plaatsvond. Hier lag het aanvankelijk dan ook het zwaartepunt van het onderzoek. Universitair katalyse-onderzoek speelde tot het midden van de jaren zestig een beperkte rol. Daarna namen universitaire instituten de rol van bedrijfslaboratoria meer en meer over.

In dit project richten wij ons op de rol van natuurwetenschappelijke instrumenten en de rol van centrale R&D bij Shell, DSM en Unilever in het succes van industriële processen. Bij alle drie bedrijven hebben wij toegang tot interne onderzoeksrapporten waardoor we de onderlinge informatiestromen tussen academische publicaties, intern laboratoriumonderzoek en resultaten verkregen in proeffabrieken en fabrieksgegevens kunnen analyseren. Dit maakt voor het eerst een vergelijkende studie op detailniveau mogelijk.

Onze studie spitst zich toe op vragen over bijvoorbeeld de verhouding tussen exploratief onderzoek en ontwikkelingswerk, de informele contacten met de academische wereld, en de personele mutaties tussen het Nederlandse bedrijfsleven en Academia. Deze netwerken hebben gefungeerd als een katalysator voor het succes van de chemische industrie en de internationale reputatie van chemici in Nederland.

In het project komen een aantal casestudies aan bod. Eén daarvan is het Hysomer-proces bij Shell dat onder andere moest leiden tot een beter octaangehalte. Commercieel was dit van belang bij de overgang naar loodvrije benzine. In de Shell-casus bekijken we het proces van HYdro CONversion (HYCON), oftwel de omzetting van zware residuale olie naar motorbrandstoffen.  Bij DSM bestuderen we een nieuw ontwikkelde procesroute naar caprolactam, een grondstof voor kunststoffen, waardoor de oude procesroute waarbij enorme hoeveelheden ‘nutteloos’ bijproduct ontstond werd vermeden. Bij Unilever worden drie katalytische processen voor de margarinebereiding bestudeerd, hydrogenering, chemisch omesteren en biologische omesteren.

Het project wordt uitgevoerd door onderzoeker dr. Ton van Helvoort en de emeriti hoogleraren Rob van Veen, Harry Lintsen en Rutger van Santen (allen TU/e). Harry Lintsen treedt op als projectleider. Het onderzoek wordt gefinancierd door de National Research School Combination-Catalysis (NRSC-C).

Grondlegger Katalyse

Jan Hendrik de Boer (1899-1971), grondlegger van de katalyse in Nederland. Zie B.G. Linsen, J.M.H. Fortuin, C. Okkerse en J.J. Steggerda (eds), Physical and chemical aspects of adsorbents and catalysts: Dedicated to J.H. de Boer on the occasion of his retirement from the Technological University Delft, The Netherlands (London: Academic Press, 1970).